Mogelijk laatste jaar belastingvoordeel voor het plaatsen van een vuilwatertank

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is dit jaar weer gekomen met een Brochure en Milieulijst. Op deze lijst staan alle bedrijfsmiddelen die in 2026 in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Deze maatregelen kunnen een belastingvoordeel opleveren tot ruim 14% van de investering bovenop de reguliere investeringsregelingen.

Vanaf pagina 73 komt de scheepvaart aan de beurt. Het aanbod aan bedrijfsmiddelen is erg breed; een paar voorbeelden zijn een duurzame aandrijving voor zeeschepen, een antifoulingsysteem, walstroomaansluitingen voor zowel aan boord als aan de kade en een vuilwatertank. En die laatste verdient wellicht het meeste aandacht. Het is namelijk zo dat investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen niet in aanmerking komen voor de MIA en Vamil. Door inspanningen van de BBZ  staat dit nog steeds vermeld op deze lijst, maar de vraag is voor hoelang nog. Heb je nog geen vuilwatertank(s) en wil je er zeker van zijn dat je dit belastingvoordeel kan benutten, investeer dan dit jaar nog in de inbouw van een vuilwatertank.
Overigens geldt de aftrek niet alleen voor de materialen, maar op de complete inbouw.

In de brochure staat ook het stappenplan beschreven hoe je de aanvraag moet indienen. Let daarbij op dat je aanvraag binnen 3 maanden nadat je de aankoopverplichting bent aangegaan binnen moet zijn bij de RVO.
Voor vragen over de MIA en/of Vamil neem contact op met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland:
Telefoon 088 042 42 42
Contact https://www.rvo.nl/onderwerpen/contact

Nationale subsidies

Nationale subsidies voor een duurzame binnenvaart
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland publiceert op hun website de nationale subsidies die voor een duurzame binnenvaart beschikbaar zijn. Er zijn diverse ondersteunende maatregelen voor verschillende doelgroepen.

Subsidieregeling Verduurzaming Binnenschepen
De Subsidieregeling Verduurzaming Binnenschepen (SRVB) liep van 2021 t/m 2025. Vanaf 2024 is er een nieuwe eis aan de regeling toegevoegd. Alleen schepen die na afloop van het subsidietraject als ‘schoon schip’ konden worden aangemerkt mochten nog een aanvraag doen. Voor passagiersschepen betekende dit ‘schoon’ zijn een hybride of dualfuelmotor die voor zijn normale functioneren ten minste 50 % van zijn energie haalt uit brandstof met CO2-vrije directe (uitlaat)emissies of uit plug-in-power. Kortom, alleen een elektromotor kwam nog in aanmerking voor de subsidie.
Een aantal zeil- en motorschepen heeft deze subsidie voor 2024 ontvangen.

Vroege Opschaling Energietransitie Binnenvaartschepen
Vanaf 2026 start er een nieuwe subsidie voor de verduurzaming van de binnenvaart: de Tijdelijke Subsidieregeling Vroege Opschaling Energietransitie Binnenvaartschepen (TSVOEB).
Hoewel een en ander nog niet helemaal vast staat, staan hieronder de hoofdpunten die tot nu gedeeld zijn door de overheid, met de expliciete disclaimer erbij dat er nog veranderingen toegepast kunnen worden:
• De subsidie loopt van 2026 t/m 2029, met 4 openstellingen en start (hoogstwaarschijnlijk) in het derde kwartaal van 2026.
• Er is 200 miljoen voor gereserveerd, het bedrag loopt per jaar op, van 45 miljoen in 2026 t/m 65 miljoen in 2029. In totaal is er 30 miljoen beschikbaar voor hybride technieken en de rest voor emissieloze en klimaatneutrale technieken.
• De subsidie is alleen bestemd voor CAPEX investeringen (kapitaaluitgaven) en niet voor operationele kosten.
• Er wordt nog steeds onderscheid gemaakt tussen vrachtschepen en passagiersschepen om in aanmerking te komen voor de subsidie. (Hier werd helaas verder niet op ingegaan. De vraag hoe dit precies zit hebben we schriftelijk ingediend, maar nog geen antwoord op gekregen).
• De subsidies gelden voor een elektrische aandrijving met een batterijpakket of waterstofbrandstofcel. Als aangetoond kan worden dat dit niet passend is voor je vaarprofiel dan geldt het ook voor een methanol- of waterstofverbrandingsmotor.
Voor kleine schepen (specifiek genoemd werden CEMT-klasse I t/m III) kan de subsidie ook gebruikt worden voor een elektrische aandrijflijn naast een stage V (batterij ready) of een elektrische aandrijflijn met een stage V generator (batterij ready).
• De subsidiabele kosten zijn bij nieuwbouwschepen de meerkosten van aanschaf en plaatsing van de aandrijflijn t.o.v. de kosten van een conventionele aandrijflijn. En voor retrofit, de kosten voor de retrofit.
• Het basispercentage van de subsidie is 40%, maar het kan oplopen voor kleine ondernemingen die een emissievrij schip in de vaart brengen tot 70%. Deze percentages kunnen na 2026 aangepast worden.

De nationale subsidies voor een duurzame binnenvaart worden hier gepubliceerd.

Stage V

Flora en Fiep
De Flora en de Fiep hebben in de winter van 2022/2023 een nieuwe Stage V motor ingebouwd. In de winter 2023/2024 zullen de Gandalf en de Lena Maria volgen. Ze hebben daarbij gebruik gemaakt van de Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen (zie het artikel elders op dit platform over dit onderwerp). Dit betekent dat de eigenaren 60% subsidie hebben ontvangen van de totale kosten voor het installeren van een nieuwe stage V motor.

De tijdelijke Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen is in het leven geroepen om twee doelen te realiseren. In de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens zijn afspraken opgenomen over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in de binnenvaart. Einddoel is een nagenoeg emissieloze sector in 2050. Een belangrijk meetmoment is 2035, wanneer de uitstoot van milieuverontreinigende stoffen (denk aan fijnstof en stikstof) met 25% tot 50% moet zijn afgenomen. Hiernaast is er de structurele aanpak stikstofproblematiek, waarin het Rijk de nationale stikstofuitstoot wil terugdringen.

Volvo
De hierboven genoemde motorschepen hebben alle gekozen voor een Volvo Penta D8-MH 300pk met nabehandelingssysteem. Hierdoor neemt de uitstoot van stikstof en fijnstof aanzienlijk af. In 2024 gaan de genoemde schepen op HVO100 varen. Hierdoor zal ook de CO2 emissie met ca. 90% afnemen.

Stage V

Artikel Schuttevaer maart 2023 (Bron: Schuttevaer – 26 maart 2023)

Stage V-motor als tussenstap voor motorcharterschepen Fiep en Flora
Toeristen die onderweg zijn naar museum Nemo boven de IJ-tunnel in Amsterdam hebben het niet door. Maar de Fiep en Flora liggen er vlak naast in het Oosterdok, klaar voor de start van een nieuw en bijzonder vaarseizoen. Want, dit jaar varen beide schepen voor het eerst met een Stage V-motor.
Op het dek van de Flora staan zo’n 20 fietsen, het 39,95 meter lange schip gaat aankomend seizoen 28 weken lang door Nederland, Duitsland en België varen. ‘Op drie weken na is alles volgeboekt.’ Gedurende zo’n reis stappen de passagiers in de ochtend van boord en fietsen naar een volgende locatie, waar het schip dan inmiddels ook is aangekomen. Aan boord krijgen ze ontbijt, diner en een hut. Een formule die in trek is bij met name Amerikanen en Duitsers. ‘We beginnen met de tulpentocht.’ Een vaartocht als een ansichtkaart.

Niet wachten
Aan boord van de Flora zitten Berthus van den Berg, eigenaar van de Flora en Jossie Verkerk van de naastgelegen Fiep. Beide passagiersschepen varen voor een overkoepelende organisatie Boat Bike Tours. ‘Daarmee zijn we verzekerd van werk en het scheelt ons een hele hoop marketing.’
De varende ondernemers wilden niet langer wachten met vergroenen. ‘We voelden wel de druk van de gemeente Amsterdam om te vergroenen’, zegt Van den Berg. ‘Amsterdam loopt voorop én wij doen dat nu ook met deze hermotorisering’, voegt Verkerk toe. De Flora heeft nu het Green Award-label goud en de Fiep het label zilver.

Stage V

Berthus van den Berg met de Flora en daarnaast de Fiep – klaar voor een nieuw vaarseizoen (Foto’s: Jelmer Bastiaans)

Subsidieaanvraag
De Scania in de Fiep en Caterpillar in de Flora stamden beide uit de jaren ’70 en zijn vervangen door Volvo Penta’s. ‘Zonder subsidie was dat niet gelukt’, zegt Van den Berg. Daarom zaten de schippers tijdens de jaarwisseling van 2021 naar 2022 klaar met een ingevuld formulier. Binnen de minuut werd de aanvraag gedaan. ‘Jossie was zes seconden sneller dan ik’, lacht Van den Berg.
Die snellere aanvraag van Verkerk werd wel eerst afgekeurd doordat het schip in de voorgaande periode geen 60 vaardagen in Nederland had gemaakt. Dat was niet gek, want de passagiersschepen konden helemaal niet varen in de coronatijd. ‘We hebben succesvol bezwaar gemaakt.’
De Flora haalde net wel de benodigde vaardagen. ‘Daarvoor heb ik de laatste maanden van het jaar nog veel door Nederland gevaren.’

Onzekere toekomst
Met een nieuwe en veel schonere voortstuwing zijn beide schepen klaar voor de toekomst. Toch is die toekomst onzeker. De passagiersschepen moeten ook voldoen aan de technische eisen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) die 2035 ingaan. ‘Dat gaat echt nooit lukken op onze schepen’, stellen beide schippers.
Secretaris-generaal Lucia Luijten van de CCR, gaf vorige week vrijdag in Studio Schuttevaer aan dat er beroep moet worden gedaan op de zogenoemde hardheidsclausule om voor een ontheffing in aanmerking te komen. Scheepseigenaren kunnen via deze weg aantonen dat de eisen onhaalbaar zijn.
‘Dat is wel echt een heel werk. Wij zijn er nog niet aan begonnen. Per nieuwe regel die je niet haalt moet je die clausule invullen’, vertelt Van den Berg. Hij en Verkerk hebben er echter vertrouwen in dat er op een aantal punten generieke uitzonderingen komen. ‘Daar is de BBZ (branchevereniging chartervaart – red.) hard mee bezig.

BBZ
BBZ-voorman Paul van Ommen laat desgevraagd weten het roerend met de schippers eens te zijn. ‘Zij vergroenen maar twijfelen of de schepen straks de overgangstermijnen wel bij kunnen houden. Dat zou inderdaad eeuwig zonde zijn. De Fiep en Flora lopen vooruit op milieu en dat zou wat moeten betekenen.’
De onzekerheid heeft ze niet ervan weerhouden te investeren. ‘We laten hiermee ook zien dat we als sector door willen. Ook met het onzekere vooruitzicht. Er zijn ook mensen die wachten met investeren tot het volledig elektrisch kan. Dat willen wij uiteindelijk ook, maar dat duurt nog wel een aantal jaar. Daarom zien we deze hermotorisering als tussenstap.’
Wel een stap die meteen voordelen biedt. ‘Het geluid in de stuurhut is van 84 naar 62 decibel gegaan en ik hoef het achterdek niet meer elke dag te schrobben’, stelt Van den Berg tevreden. Beide schippers verwachten ook veel van de brandstofverbruiksmeter die in de stuurhut is gekomen. ‘Daar kijken we allebei naar uit om te gebruiken’, zegt Verkerk.
‘Ik denk dat ik rustiger ga varen, want je kunt nu precies zien hoeveel brandstof dat scheelt’, besluit Van den Berg.

Greenway